ECLI:NL:CRVB:2012:BV7696
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaarschrift wegens termijnoverschrijding AOW-toekenning
Appellant kreeg een AOW-uitkering toegekend van 92% van het maximale bedrag met ingang van augustus 2009. Hij maakte bezwaar tegen deze korting, maar diende dit bezwaarschrift te laat in, ruim na de wettelijke termijn van zes weken.
Appellant voerde aan dat hij in onzekerheid verkeerde over de korting en premieafdracht en dat hij door gezondheidsproblemen niet tijdig kon reageren. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat appellant voldoende gelegenheid had gehad om tijdig bezwaar te maken.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel en voegde toe dat appellant geen medische bewijsstukken over zijn toestand overlegde en dat het telefonisch contact met de Sociale Verzekeringsbank (Svb) erop wees dat hij zijn belangen had kunnen behartigen. Ook het argument dat hij in onzekerheid verkeerde over premieafdracht was onvoldoende om de termijnoverschrijding te verontschuldigen.
De Raad concludeerde dat het bezwaarschrift niet-ontvankelijk is wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding en bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bezwaarschrift blijft niet-ontvankelijk wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.