ECLI:NL:CRVB:2012:BV8155

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
23 januari 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11-5136 WMO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet maatschappelijke ondersteuningVerordening maatschappelijke ondersteuningBesluit maatschappelijke ondersteuning
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen grondslag voor korting op collectief vervoer bij gebruik scootmobiel

Het college van burgemeester en wethouders van Rijssen-Holten had een korting van 25% toegepast op het aantal zones voor het collectief vervoer van betrokkene, die gebruik kan maken van een scootmobiel. Betrokkene maakte bezwaar tegen deze korting, dat door het college werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het besluit van het college.

Het college ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat noch het Besluit maatschappelijke ondersteuning (Bmo), noch de Verordening maatschappelijke ondersteuning (Vmo) een grondslag bieden voor de korting van 25% op het aantal zones voor collectief vervoer bij gebruik van een scootmobiel. Ook het besluit van het college van 19 december 2006, dat een afwijking van de Vmo en Bmo bevat, kan niet als grondslag dienen omdat het niet kenbaar is gepubliceerd.

De Raad overwoog verder dat indien het college in de toekomst een besluit wil nemen over vervoersvoorzieningen, het college zich moet verdiepen in de reële vervoersbehoefte van betrokkene. Het hoger beroep van het college werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het college werd tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene.

Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.

Uitspraak

11/5136 WMO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
P R O C E S – V E R B A A L
van de mondelinge uitspraak op 23 januari 2012
Zitting heeft: mr. R.M. van Male
Griffier: B. Bekkers
Uitspraak op het hoger beroep van:
het college van burgemeester en wethouders van Rijssen-Holten (appellant)
tegen de uitspraak van de rechtbank Almelo van 27 juli 2011, 10/942 (aangevallen uitspraak)
in het geding tussen
[betrokkene], wonende te [woonplaats], (betrokkene)
en
appellant
Ter zitting is appellant vertegenwoordigd door G. Sanderman en E.M. Mulder. Betrokkene is in persoon verschenen, bijgestaan door mr. J.A.H. Theunissen.
1. Appellant heeft bij besluit van 16 februari 2010 met ingang van 1 maart 2010 op het aantal aan betrokkene toegekende zones voor het collectief vervoer een korting toegepast van 25%.
2. Appellant heeft het bezwaar van betrokkene tegen het besluit van 16 februari 2010 bij beslissing op bezwaar van 29 juli 2010 (bestreden besluit) ongegrond verklaard.
3. De rechtbank heeft het beroep van betrokkene tegen het bestreden besluit gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en het besluit van 16 februari 2010 herroepen.
4. Appellant heeft tegen de aangevallen uitspraak hoger beroep ingesteld.
5. De Raad is tot de volgende beoordeling gekomen.
6. In de gemeente Rijssen-Holten is aan de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) uitvoering gegeven door de Verordening maatschappelijke ondersteuning (Vmo) en het Besluit maatschappelijke ondersteuning (Bmo). De rechtbank heeft geoordeeld dat voor het toepassen van een korting van 25% op het aantal zones voor het collectief vervoer indien de aanvrager gebruik kan maken van een scootmobiel geen grondslag kan worden gevonden in het Bmo en de Vmo. De Raad onderschrijft dit oordeel. Het standpunt dat daarvoor wel grondslag kan worden gevonden in het besluit van het college van 19 december 2006, in welk besluit het college toepassing van het Wvg-verstrekkingenboek zou hebben gecontinueerd, leidt de Raad niet tot een ander oordeel. Dit besluit van 19 december 2006, waarin ten nadele van een Wmo-gerechtigde wordt afgeweken van het samenstel van bepalingen van de op juiste wijze gepubliceerde Vmo en Bmo, is niet op kenbare wijze gepubliceerd. Onder deze omstandigheden kan daarop geen beroep worden gedaan.
7. Appellant heeft gesteld dat de korting van 25% op zones van het collectief vervoer met ingang van 1 januari 2011 wel in het Bmo is neergelegd. Met het oog hierop overweegt de Raad ten overvloede dat het, wanneer de gemeente weer een besluit zou willen nemen met betrekking tot een vervoersvoorziening van betrokkene, op de weg van het college ligt om zich te verdiepen in haar reële vervoersbehoefte.
8. Hieruit vloeit voort dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
9. Appellant wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene in hoger beroep. Deze kosten worden begroot op € 874,-- voor rechtsbijstand en op € 32,12 voor reiskosten.
10. Het dictum van de uitspraak luidt:
a. de Raad bevestigt de aangevallen uitspraak;
b. appellant wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene in hoger beroep tot een bedrag van € 906,12;
c. van appellant wordt een griffierecht geheven van € 454,--.
Waarvan proces-verbaal
de griffier het lid van de enkelvoudige kamer
(get.) B. Bekkers (get.) R.M. van Male
Voor eensluidend afschrift
de griffier van de
Centrale Raad van Beroep
HD