ECLI:NL:CRVB:2012:BV8155
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen grondslag voor korting op collectief vervoer bij gebruik scootmobiel
Het college van burgemeester en wethouders van Rijssen-Holten had een korting van 25% toegepast op het aantal zones voor het collectief vervoer van betrokkene, die gebruik kan maken van een scootmobiel. Betrokkene maakte bezwaar tegen deze korting, dat door het college werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het besluit van het college.
Het college ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat noch het Besluit maatschappelijke ondersteuning (Bmo), noch de Verordening maatschappelijke ondersteuning (Vmo) een grondslag bieden voor de korting van 25% op het aantal zones voor collectief vervoer bij gebruik van een scootmobiel. Ook het besluit van het college van 19 december 2006, dat een afwijking van de Vmo en Bmo bevat, kan niet als grondslag dienen omdat het niet kenbaar is gepubliceerd.
De Raad overwoog verder dat indien het college in de toekomst een besluit wil nemen over vervoersvoorzieningen, het college zich moet verdiepen in de reële vervoersbehoefte van betrokkene. Het hoger beroep van het college werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het college werd tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.