ECLI:NL:CRVB:2012:BV8298
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek uitbreiding huishoudelijke hulp op grond van medische beoordeling
Appellant, een uitkeringsgerechtigde vervolgingsslachtoffer, verzocht om uitbreiding van de toegekende huishoudelijke hulp van een halve dag per week naar acht uur per week. Verweerder, de Raad van Bestuur van de Sociale verzekeringsbank, wees dit verzoek af wegens het ontbreken van een medische noodzaak. De Raad baseerde dit op medische adviezen van geneeskundig adviseurs die concludeerden dat appellant in staat is lichte huishoudelijke werkzaamheden uit te voeren en dat er geen sprake is van (zelf)verwaarlozing of chaotisch gedrag door psychische klachten.
De Raad overwoog dat de medische adviezen zorgvuldig waren opgesteld en in overeenstemming met de feiten, waaronder het feit dat appellant nog boodschappen doet, opruimt, planten verzorgt en enigszins kookt. De omvang van de woning en het onderhoud van de tuin werden niet als medische reden voor uitbreiding gezien. Ook het overlijden van de echtgenote, waardoor de aan haar toegekende uren wegvielen, vormde geen bijzondere omstandigheid om van het beleid af te wijken.
De Raad concludeerde dat appellant vrij staat een nieuwe aanvraag in te dienen indien zijn beperkingen toenemen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de uitbreiding van huishoudelijke hulp wordt ongegrond verklaard.