ECLI:NL:CRVB:2012:BV8300
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding therapeutische reis wegens ontbreken strikte medische noodzaak
Appellant, erkend als burger-oorlogsslachtoffer met psychische invaliditeit, verzocht om vergoeding van kosten voor een therapeutische reis naar Indonesië met partner. Verweerder wees dit verzoek af wegens het ontbreken van een strikte medische noodzaak, zoals vereist door het beleid op grond van de Wubo.
De Raad overwoog dat appellant zelf het initiatief voor de reis had genomen terwijl de behandeling nog in de startfase was en er geen behandelplan bestond. De reis was niet het eindpunt van een therapeutisch behandelproces, wat een harde voorwaarde is voor vergoeding. Dit werd bevestigd door de behandelaar, die appellant beschreef als iemand die steun zoekt aan het einde van het rouwproces, maar waarbij de reis niet als therapeutisch einddoel gold.
De Raad concludeerde dat niet aan de strikte voorwaarden was voldaan en dat er geen bijzondere omstandigheden waren om van het beleid af te wijken. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van vergoeding voor een therapeutische reis wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een behandelplan en medische noodzaak.