ECLI:NL:CRVB:2012:BV8302
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Weigering WUBO-uitkering wegens ontbreken inkomensverlies door oorlogsinvaliditeit
Appellant, geboren in 1934, diende een samenloopaanvraag in voor een WUBO- en WUV-uitkering. Verweerder kende hem psychische invaliditeit toe als burger-oorlogsslachtoffer vanwege de confrontatie met het lichaam van zijn vader, maar wees de uitkering af omdat appellant nooit zijn werkzaamheden heeft hoeven beëindigen of verminderen door deze invaliditeit. Appellant maakte bezwaar tegen deze weigering.
De Raad overwoog dat de WUBO-uitkering alleen kan worden toegekend als sprake is van inkomensverlies of vermindering van verdiencapaciteit door oorlogsinvaliditeit. Het feit dat appellant zijn carrière beëindigde vanwege pensionering en niet door invaliditeit, maakt dat hij niet in aanmerking komt voor de uitkering. Bovendien biedt de WUBO geen compensatie voor alle oorlogsleed, maar slechts voor inkomensverlies gerelateerd aan erkende oorlogsgebeurtenissen.
Het bestreden besluit werd vernietigd vanwege procedurele tekortkomingen, het bezwaar tegen het intrekkingsbesluit niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang, en het bezwaar tegen het intrekkingsbesluit inhoudelijk ongegrond verklaard. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het intrekkingsbesluit wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WUBO-uitkering bevestigd wegens het ontbreken van inkomensverlies door oorlogsinvaliditeit.