ECLI:NL:CRVB:2012:BV8303
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WUBO-uitkering wegens ontbreken blijvende invaliditeit door oorlogsgeweld
Appellant, geboren in 1936 in Nederlands-Indië, verzocht om een WUBO-uitkering wegens erkenning als burger-oorlogsslachtoffer. Verweerder wees de aanvraag af omdat geen sprake was van blijvende invaliditeit door het oorlogsgeweld, gebaseerd op medische adviezen.
De Raad bevestigde dat appellant tijdens de Bersiap-periode vijf maanden geïnterneerd was, maar dat de medische rapporten geen verband zagen tussen deze internering en de psychische klachten van appellant. De klachten werden toegeschreven aan andere oorzaken, zoals constitutionele factoren en opvoedingssituatie.
De Raad vond het bestreden besluit goed gemotiveerd en zag geen reden om het standpunt van verweerder te betwijfelen. Algemene oorlogsomstandigheden kunnen niet als blijvende invaliditeit worden aangemerkt. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De Raad merkte op dat appellant bij verergering van klachten opnieuw een aanvraag kan indienen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de WUBO-uitkering wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van blijvende invaliditeit door oorlogsgeweld.