ECLI:NL:CRVB:2012:BV8305
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten erkenning burger-oorlogsslachtoffer en vervolgde wegens strijd met Awb
Appellant, geboren in 1932 in Nederlands-Indië, verzocht om erkenning als burger-oorlogsslachtoffer en vervolgde, en om toekenning van uitkeringen op grond van de WUBO en WUV. De Pensioen en Uitkeringsraad wees deze aanvragen af omdat niet was vastgesteld dat appellant blijvende invaliditeit had door oorlogsgeweld of dat hij vervolging had ondergaan.
De Raad stelde vast dat een belangrijke brief van appellant niet was meegewogen bij de besluiten, wat strijdig is met artikel 7:11, lid 1, Awb. Daarom vernietigde de Raad de besluiten en besloot zelf in de zaak te voorzien. Medische adviezen wezen uit dat appellant geen psychische stoornissen of lichamelijke aandoeningen heeft die verband houden met het oorlogsverleden, ondanks het erkende kindertrauma.
Ook bleek niet dat appellant vervolging in de zin van de WUV had ondergaan, en er was geen reden voor gelijkstelling met een vervolgde. De Raad oordeelde dat de rechtsgevolgen van de vernietigde besluiten geheel in stand kunnen blijven. De Pensioen en Uitkeringsraad moet appellant het betaalde griffierecht vergoeden.
Uitkomst: De bestreden besluiten worden vernietigd wegens strijd met artikel 7:11 Awb, maar de rechtsgevolgen blijven geheel in stand.