ECLI:NL:CRVB:2012:BV8336
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toekenning vergoeding wettelijke rente en proceskosten na intrekking hoger beroep tegen Minister
Appellanten hebben hoger beroep ingesteld tegen besluiten van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap betreffende uitkeringen. Tijdens de procedure heeft de Raad de Minister opgedragen gebreken in de besluiten te herstellen. De Minister nam nieuwe besluiten die geheel tegemoet kwamen aan de bezwaren van appellanten.
Naar aanleiding hiervan trokken appellanten hun hoger beroep in en verzochten de Raad de Minister te veroordelen tot vergoeding van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering en in de proceskosten. De Raad wees dit verzoek toe op grond van de Algemene wet bestuursrecht, waarbij de vergoeding van rente conform een eerdere uitspraak moet worden berekend.
De Raad veroordeelde de Minister tevens in de proceskosten die appellanten redelijkerwijs hebben moeten maken, begroot op € 874 in beroep en € 1.092 in hoger beroep. Reiskosten van de gemachtigde werden niet apart toegekend omdat deze onder de vergoeding voor rechtsbijstand vallen.
De uitspraak werd gedaan door rechter T.L. de Vries, waarbij de griffier A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen aanwezig was. De beslissing werd op 9 maart 2012 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De Minister wordt veroordeeld tot betaling van wettelijke rente en proceskosten aan appellanten na intrekking van het hoger beroep.