ECLI:NL:CRVB:2012:BV8343
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht op toeslag ingevolge de Toeslagenwet bij afwezigheid kinderbijslag
Appellante verzocht het UWV om een toeslag op grond van de Toeslagenwet (TW) in aanvulling op haar Wajong-uitkering. Het UWV wees de aanvraag aanvankelijk af. In hoger beroep werd de ingangsdatum van de toeslag aangepast naar 1 januari 2006. Appellante stelde dat zij vanaf 2002 recht had op toeslag, mede omdat zij onderhoudsbijdrage betaalde voor haar zoon.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat volgens artikel 2 van Pro de TW recht op toeslag vereist dat de aanvrager kinderbijslag ontvangt of zal ontvangen voor een kind jonger dan 18 jaar. Omdat appellante in de periode 2002-2006 geen kinderbijslag ontving, voldeed zij niet aan deze voorwaarde. Daarnaast was haar Wajong-uitkering gelijk aan het sociaal minimum, waardoor zij ook niet in aanmerking kwam voor toeslag als ongehuwde alleenstaande.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De beslissing werd uitgesproken door rechter T. Hoogenboom op 9 maart 2012.
Uitkomst: Hoger beroep afgewezen; geen toeslag over 2002-2006 wegens ontbreken kinderbijslag en inkomensvoorwaarde.