ECLI:NL:CRVB:2012:BV8546
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid bij rugklachten
Appellante, wegens rugklachten en een cauda-syndroom arbeidsongeschikt geworden, vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde op basis van medisch onderzoek en een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) dat zij fulltime belastbaar was binnen de beperkingen en wees de uitkering af omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was verricht en de bevindingen van de verzekeringsartsen betrouwbaar waren. Ook de bezwaarverzekeringsarts onderschreef deze conclusies. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij meer beperkt was en een urenbeperking tot 18 uur per week nodig had vanwege haar klachten en noodzakelijke rust.
De Raad overwoog dat de functies waarop de arbeidsongeschiktheid werd gebaseerd medisch geschikt waren voor appellante, gelet op de belastende aspecten en de FML. De rapporten van de arbeidsdeskundige ondersteunden dit. Het deskundigenoordeel van een verzekeringsarts in een ander kader en de brief van de neuroloog boden geen aanleiding tot een ander oordeel. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat appellante fulltime belastbaar is binnen de vastgestelde beperkingen.