ECLI:NL:CRVB:2012:BV8677
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering en ingangsdatum bij psychische arbeidsongeschiktheid
Appellant, wegens psychische klachten arbeidsongeschikt sinds 1988, vroeg aanvankelijk een WAO-uitkering aan die werd geweigerd vanwege een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Na benoeming van een onafhankelijke deskundige en aanvullend onderzoek door een bezwaarverzekeringsarts werd de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) aangepast en bleek appellant niet langer geschikt voor het eigen werk. Hierdoor werd een WAO-uitkering toegekend met een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, later herzien naar 15 tot 25% per 1 juli 2007.
Appellant betwistte de wijze van verwerking van de beperkingen in de FML en de ingangsdatum van de uitkering. De Raad concludeerde dat de deskundigen zorgvuldig en gemotiveerd te werk zijn gegaan en dat appellant zijn stellingen onvoldoende met medische stukken onderbouwde. Ook was er geen aanleiding om de ingangsdatum van de uitkering eerder te stellen, omdat appellant al sinds 1988 bekend was met zijn psychische problematiek en er geen bewijs was dat hij door zijn klachten niet eerder een aanvraag kon indienen.
De Raad bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank en verklaarde het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de herziening van de WAO-uitkering en de vastgestelde ingangsdatum wordt ongegrond verklaard.