ECLI:NL:CRVB:2012:BV8695
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens niet onafgebroken arbeidsongeschiktheid
Appellant viel op 24 mei 1994 uit wegens rugklachten en ontving aanvankelijk een Ziektewetuitkering. Op 9 augustus 1994 werd het ziekengeld stopgezet omdat hij niet langer arbeidsongeschikt werd geacht. Appellant vertrok in juni 1994 naar Marokko en diende pas in april 2009 een aanvraag in voor een WAO-uitkering.
Het UWV weigerde de WAO-uitkering omdat appellant niet 52 weken onafgebroken arbeidsongeschikt was geweest na zijn uitval. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat uit de stukken geen verslechtering van zijn medische toestand na 18 juli 1994 bleek en dat hij sinds juni 1994 niet meer verzekerd was.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij Nederland ziek had verlaten en nog steeds onder behandeling was in Marokko. De Raad overwoog echter dat appellant hersteld was verklaard per 18 juli 1994 en dat er geen bewijs was dat hij binnen vier weken daarna opnieuw arbeidsongeschikt werd. Daarom was de weigering van de WAO-uitkering terecht.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens het niet voldoen aan de 52 weken onafgebroken arbeidsongeschiktheid en het ontbreken van verzekering sinds vertrek uit Nederland.