ECLI:NL:CRVB:2012:BV8722
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J. Riphagen
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Weigering ziekengeld bij onvoldoende objectieve beperkingen door carpaal tunnelsyndroom
Betrokkene, werkzaam als postsorteerder, meldde zich ziek met klachten aan arm, hand, pols, rug, been en psychische aard. Na diverse medische onderzoeken en besluiten werd ziekengeld geweigerd, hetgeen betrokkene aanvocht. De rechtbank vernietigde het besluit wegens onvoldoende onderbouwing van beperkingen, met name omtrent het carpaal tunnelsyndroom (CTS) en de belasting van het werk.
Appellant stelde in hoger beroep dat de medische rapporten inmiddels voldeden aan de opdracht van de rechtbank. De Raad oordeelde dat eerdere rapporten onvoldoende waren, maar dat latere rapporten van een arbeidsdeskundige en verzekeringsarts wel een duidelijk beeld gaven van de functiebelasting en beperkingen.
De Raad concludeerde dat er onvoldoende objectieve beperkingen waren om betrokkene ongeschikt te verklaren voor zijn werk op de datum in geding. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd voor zover het besluit van 11 december 2008 werd vernietigd, maar voor het overige bevestigd, waarbij de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand blijven.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat appellant terecht heeft aangenomen dat betrokkene niet ongeschikt was voor zijn arbeid wegens onvoldoende objectieve beperkingen.