ECLI:NL:CRVB:2012:BV9003
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek uitbreiding huishoudelijke hulp op grond van Wuv
Appellant, erkend als vervolgde in de zin van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv), verzocht meerdere malen om uitbreiding van de voorziening voor huishoudelijke hulp van vier naar acht uur per week. Deze verzoeken werden telkens afgewezen door verweerder, de Raad van Bestuur van de Sociale verzekeringsbank, op basis van medisch advies.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat het beleid voorziet in vier uur huishoudelijke hulp bij psychische klachten en acht uur bij beperkingen voor lichte huishoudelijke werkzaamheden of bij bepaalde combinaties van aandoeningen en gedrag. De medische adviezen van twee geneeskundig adviseurs concludeerden dat appellant geen medische noodzaak had voor uitbreiding van de hulp.
De Raad vond het bestreden besluit deugdelijk voorbereid en voldoende gemotiveerd. De medische gegevens gaven geen aanleiding om te twijfelen aan het standpunt van verweerder. De beperkingen van de echtgenote van appellant en het feit dat zij de werkzaamheden overneemt, zijn niet relevant voor de Wuv-toepassing. Er was geen sprake van (zelf)verwaarlozing of chaotisch gedrag.
Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot uitbreiding van huishoudelijke hulp wordt ongegrond verklaard.