ECLI:NL:CRVB:2012:BV9400
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- R.H.M. Roelofs
- M. Hillen
- Rechtspraak.nl
Bezwaar niet-ontvankelijk wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding bij bijstandsintrekking
Appellante ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) maar kreeg deze ingetrokken per 16 november 2004 vanwege haar woonplaats in een andere gemeente. De Commissie Sociale Zekerheid van de gemeente Breda vorderde kosten terug en verlaagde de bijstand wegens schending van de inlichtingenplicht. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de Commissie niet aannemelijk heeft gemaakt dat het besluit daadwerkelijk op het juiste adres is verzonden. Appellante had geen eerdere kennis van het besluit dan na ontvangst van een kopie in november 2009. Hierdoor was het bezwaar tijdig ingediend en had het niet-ontvankelijkheidsbesluit niet mogen worden genomen.
De rechtbank had dit niet onderkend en verklaarde het beroep ongegrond. De Raad vernietigt het bestreden besluit en draagt de Commissie op binnen zes weken het gebrek te herstellen door een nieuw besluit op bezwaar te nemen. De Raad kan zelf niet in de zaak voorzien omdat de Commissie geen inhoudelijk oordeel gaf over de bezwaarschriften.
Uitkomst: Het bezwaar is ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding; het bestreden besluit wordt vernietigd en de Commissie krijgt opdracht het gebrek te herstellen.