ECLI:NL:CRVB:2012:BV9427
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing recht op ziekengeld na medisch onderzoek
Appellante, voormalig schoonmaakster, meldde zich ziek met klachten van nek en duizeligheid. Na medisch onderzoek door een verzekeringsarts en een bezwaarverzekeringsarts werd vastgesteld dat zij vanaf 27 april 2009 geschikt was voor haar laatst verrichte werk. Het UWV beëindigde daarop het recht op ziekengeld.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat het UWV onvoldoende rekening hield met haar medische voorgeschiedenis, waaronder zes miskramen en toegenomen duizeligheidsklachten, en dat er geen contact was geweest met haar behandelend artsen. Zij overhandigde aanvullend medisch bewijs en verzocht om benoeming van een onafhankelijke neuroloog.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij de klachten en voorgeschiedenis bekend waren. De bezwaarverzekeringsarts vond geen objectieve pathologie die haar klachten verklaarde en concludeerde dat zij adequaat functioneerde in haar werk. De aanvullende medische informatie leidde niet tot wijziging van het standpunt. De Raad zag geen reden voor benoeming van een onafhankelijke deskundige en verklaarde het hoger beroep ongegrond, waarmee de eerdere uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het recht op ziekengeld blijft beëindigd.