ECLI:NL:CRVB:2012:BV9427
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van het recht op ziekengeld na ziekmelding en geschiktheid voor arbeid
In deze zaak gaat het om het hoger beroep van appellante, die zich ziek heeft gemeld vanuit een uitkeringssituatie in het kader van de Werkloosheidswet. Appellante, voorheen werkzaam als schoonmaakster, meldde zich op 11 december 2008 ziek met klachten van nekpijn en duizeligheid. De verzekeringsarts J.M. Blankenberg concludeerde dat appellante met ingang van 27 april 2009 geschikt was voor haar werk als schoonmaakster. Het Uwv heeft vervolgens op 22 april 2009 besloten dat appellante geen recht meer had op ziekengeld. Na een herbeoordeling door bezwaarverzekeringsarts L.T.M. Lenders werd het bezwaar van appellante ongegrond verklaard. De rechtbank heeft het beroep tegen dit besluit ongegrond verklaard, waarbij zij het rapport van de bezwaarverzekeringsarts als doorslaggevend beschouwde.
In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat het Uwv geen rekening heeft gehouden met haar medische geschiedenis, waaronder zes miskramen, en dat er onvoldoende rekening is gehouden met de toename van haar duizeligheidsklachten. Appellante heeft informatie overgelegd van haar behandelend artsen, waaronder een neuroloog, en verzocht om een onafhankelijke deskundige te benoemen. De Raad overweegt dat het medisch onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd en dat de bezwaarverzekeringsarts inzichtelijk heeft gemotiveerd waarom appellante geschikt wordt geacht voor haar werk. De Raad concludeert dat er geen aanleiding is om het eerdere standpunt te wijzigen en dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
De uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst, met K.E. Haan als griffier, en is openbaar uitgesproken op 21 maart 2012.