ECLI:NL:CRVB:2012:BV9428
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op ziekengeld wegens geschiktheid voor alternatieve functies
Appellant, voormalig productiemedewerker, viel uit wegens pijnklachten en geheugenproblemen en ontving een WAO-uitkering. Na een ziekmelding in 2008 en medische onderzoeken concludeerde de verzekeringsarts dat appellant vanaf 6 juli 2009 weer geschikt was voor arbeid. Het UWV beëindigde daarop het ziekengeld.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn beperkingen ernstiger waren dan aangenomen, onderbouwd met rapporten van specialisten. De Raad overwoog dat het recht op ziekengeld afhankelijk is van ongeschiktheid voor de laatst verrichte arbeid of, bij blijvende ongeschiktheid, ongeschiktheid voor functies geselecteerd bij de WAO-beoordeling.
De Raad achtte de bevindingen van de bezwaarverzekeringsarts, die appellant lichamelijk en psychisch onderzocht en over medische informatie beschikte, inzichtelijk en juist. Ondanks nieuwe medische brieven concludeerde de Raad dat appellant geschikt bleef voor ten minste één functie, waardoor het beroep ongegrond was en de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van het ziekengeld bevestigd.