ECLI:NL:CRVB:2012:BV9429
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op ziekengeld wegens onvoldoende toename beperkingen
Appellante was werkzaam als productiemedewerkster en meldde zich ziek met psychische en oogklachten. Na meerdere medische onderzoeken besloot het UWV dat zij geen recht meer had op ziekengeld vanaf 16 juli 2009. Na een nieuwe ziekmelding en onderzoek werd zij per 1 oktober 2009 eveneens geschikt geacht voor lichte werkzaamheden, waarna het UWV het recht op ziekengeld introk.
Appellante maakte bezwaar en voerde aan dat haar klachten waren toegenomen, onderbouwd met informatie van haar psychiater en GGZ-behandeling. De bezwaarverzekeringsarts concludeerde echter dat er geen sprake was van een toename van beperkingen ten opzichte van eerdere onderzoeken en dat appellante geschikt bleef voor lichte werkzaamheden.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, rekening houdend met alle klachten en medische informatie. De aanvullende stukken betroffen een latere periode en konden de eerdere beoordeling niet veranderen. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
De Raad zag geen aanleiding voor toepassing van bijzondere bestuursrechtelijke maatregelen en sprak de beslissing in het openbaar uit op 21 maart 2012.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit dat appellante geen recht meer heeft op ziekengeld wordt bevestigd.