ECLI:NL:CRVB:2012:BV9591

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
16 maart 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10-4293 AKW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • H.J. Simon
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7 AKW
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering kinderbijslag wegens ontbreken bewijs huishouden kind over specifieke periode

Appellante heeft kinderbijslag aangevraagd voor drie kinderen, waarbij de kinderbijslag voor de twee oudste kinderen werd toegekend. Voor het jongste kind, [G.], werd de aanvraag geweigerd omdat het kind niet in de gemeentelijke basisadministratie was ingeschreven en appellante geen bewijsstukken kon overleggen waaruit bleek dat het kind in de betreffende periode tot haar huishouden behoorde.

De Sociale verzekeringsbank (Svb) heeft het verzoek om kinderbijslag over het vierde kwartaal van 2003 tot en met het tweede kwartaal van 2004 geweigerd en dit besluit is bij bezwaar gehandhaafd. De rechtbank heeft het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond verklaard.

In hoger beroep betoogde appellante dat de inschrijving in de gemeentelijke basisadministratie niet mogelijk was vanwege ontbrekende documenten zoals een geldig Indonesisch paspoort en verblijfsvergunning. De Raad oordeelt echter dat het ontbreken van inschrijving en het niet kunnen overleggen van bewijsstukken over het samenwonen in de betreffende periode betekent dat niet is komen vast te staan dat het kind tot het huishouden van appellante behoorde.

De Raad bevestigt daarom het bestreden besluit en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van kinderbijslag wordt bevestigd.

Uitspraak

10/4293 AKW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellante], wonende te [woonplaats] (appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 18 juni 2010, 09/2191 (aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb).
Datum uitspraak: 16 maart 2012
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. J.G. Wattilete, advocaat, hoger beroep ingesteld.
De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 februari 2012. Appellante is met kennisgeving niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door A. van der Weerd.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Appellante heeft bij de Svb kinderbijslag ingevolge de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) aangevraagd ten behoeve van haar kinderen [R.], [J.] en [G.]. Voor de twee oudste kinderen is kinderbijslag toegekend. Omdat [G.] niet stond ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie (gba) heeft de Svb appellante gevraagd om bewijsstukken waaruit blijkt dat [G.] vanaf 1 oktober 2003 tot haar huishouden heeft behoord. Ook heeft de Svb aan appellante bewijsstukken gevraagd van haar bijdrage in de kosten van het onderhoud van [G.] vanaf die datum.
1.2. Bij besluit van 20 mei 2009 heeft de Svb geweigerd aan appellante vanaf het vierde kwartaal van 2003 kinderbijslag toe te kennen ten behoeve van [G.].
1.3. Bij beslissing op bezwaar van 26 oktober 2009 (bestreden besluit) is het tegen dat besluit gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Over het vierde kwartaal van 2003 tot en met het tweede kwartaal van 2004 bestaat geen recht op kinderbijslag, omdat [G.] niet tot het huishouden van appellante behoort en zij niet in belangrijke mate door appellante wordt onderhouden.
2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
3. In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat voor de inschrijving in de gba is vereist dat [G.] beschikt over een geldig Indonesisch paspoort en een verblijfsvergunning, welke gegevens ontbreken.
4.1. De Raad overweegt het volgende.
4.2. In hoger beroep is uitsluitend in geschil de vraag of [G.] over het vierde kwartaal van 2003 tot en met het tweede kwartaal van 2004 tot het huishouden van appellante heeft behoord.
4.3. Volgens artikel 7 van Pro de AKW heeft de verzekerde recht op kinderbijslag voor een eigen kind dat jonger is dan 16 jaar en tot zijn huishouden behoort, of jonger is dan 18 jaar en door hem in belangrijke mate wordt onderhouden.
4.4. Volgens vaste jurisprudentie van deze Raad is voor het begrip huishouden de feitelijke situatie van het samenwonen bepalend.
4.5. Niet in geschil is dat [G.] over het vierde kwartaal van 2003 tot en met het tweede kwartaal van 2004 niet in de gba stond ingeschreven. Appellante heeft, ondanks herhaalde verzoeken, geen gegevens overgelegd waaruit blijkt dat [G.] over deze periode bij haar heeft gewoond. Onvoldoende daartoe is een kopie van de geboortakte en een schoolrapport over het schooljaar 2004-2005, aangezien deze gegevens geen betrekking hebben op de periode in geding. Uit het voorgaande volgt dat niet aannemelijk is geworden dat [G.] over het vierde kwartaal van 2003 tot en met het tweede kwartaal van 2004 tot het huishouden van appellante heeft behoord, zodat de Svb terecht over deze kwartalen kinderbijslag voor haar heeft geweigerd.
4.6. Uit de overwegingen 4.2 tot en met 4.5 vloeit voort dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door H.J. Simon, in tegenwoordigheid van I.J. Penning als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 16 maart 2012.
(get.) H.J. Simon.
(get.) I.J. Penning.
GdJ