ECLI:NL:CRVB:2012:BW0054
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- C.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroep tegen besluit op bezwaar in WAO-uitkeringszaak
Appellante stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam die het beroep van betrokkene tegen een UWV-besluit ongegrond verklaarde. Het UWV had geweigerd betrokkene een WAO-uitkering toe te kennen wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid. De rechtbank had het beroep van betrokkene verworpen en appellante, die als derde partij had deelgenomen, ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellante geen beroep had ingesteld tegen het bezwaarbesluit van het UWV, terwijl dit wel noodzakelijk was om ontvankelijk te zijn in het hoger beroep. Appellante werd niet in een nadeliger positie gebracht door de aangevallen uitspraak dan door het bezwaarbesluit. De Raad wees erop dat het niet instellen van beroep tegen het bezwaarbesluit appellante redelijkerwijs kan worden verweten.
De Raad stelde vast dat betrokkene aanvankelijk niet als partij wilde deelnemen aan het hoger beroep, en dat de gemachtigde van appellante niet namens betrokkene kon optreden. Op grond van de toepasselijke wettelijke bepalingen in de Awb werd het hoger beroep van appellante niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroep tegen het bezwaarbesluit.