ECLI:NL:CRVB:2012:BW0199
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Afwijzing Wajong-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid voor 17e levensjaar
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering, die door het UWV is afgewezen omdat niet kon worden vastgesteld dat zij voor haar 17e jaar 52 weken onafgebroken arbeidsongeschikt was. De rechtbank heeft dit besluit bevestigd, waarbij zij oordeelde dat de medische rapportages zorgvuldig waren en dat de beperkingen van appellante juist waren vastgesteld. Appellante had een arbeidsverleden en had scholing gevolgd, wat het aannemelijk maakte dat zij niet arbeidsongeschikt was voor haar 17e.
In hoger beroep heeft appellante haar standpunt herhaald dat zij reeds voor haar 17e jaar arbeidsongeschikt was vanwege psychische klachten, maar kon dit niet met relevante stukken onderbouwen. Een nieuw medisch rapport van I-Psy gaf geen oordeel over haar situatie voor haar 17e verjaardag. De Raad vond geen aanleiding voor het benoemen van een deskundige.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en bevestigde de afwijzing van de Wajong-uitkering. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de Wajong-uitkering wordt bevestigd.