ECLI:NL:CRVB:2012:BW0200
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering na medische herbeoordeling ondanks klachten apnoe
Appellant, voormalig administratief medewerker, viel in 2003 uit wegens vermoeidheid en polyneuropathische klachten en ontving een WAO-uitkering. Na een ziekmelding in januari 2009 en medische herbeoordeling door verzekeringsarts Pieterse, besloot het UWV per 18 mei 2009 het recht op ziekengeld te beëindigen omdat appellant geschikt werd geacht voor eerder geduide functies.
Appellant stelde in hoger beroep dat zijn klachten, waaronder vermoeidheid, hoofdpijn en concentratiestoornissen, veroorzaakt werden door een ernstiger vorm van apnoe (OSAS) dan was vastgesteld, en dat de bezwaarverzekeringsarts onvoldoende rekening had gehouden met deze diagnose en het rapportageprotocol verzekeringsgeneeskunde niet had gevolgd.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd door bezwaarverzekeringsarts Van den Broeke-Spieker, die dossier en appellant psychisch onderzocht had. De medische gegevens, inclusief die van KNO-arts en longarts, wezen op een lichte vorm van OSAS, wat reeds bij eerdere beoordelingen was meegenomen. De aanvullende medische stukken brachten geen nieuwe feiten aan het licht. Ook was de motivering van de bezwaarverzekeringsarts voldoende, ondanks het ontbreken van expliciete informatie van de KNO-arts.
De Raad concludeerde dat het UWV terecht het recht op ziekengeld had beëindigd en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Amsterdam werd bevestigd. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot beëindiging van de Ziektewet-uitkering per 18 mei 2009.