ECLI:NL:CRVB:2012:BW0203
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na geschiktheid voor functie productiemedewerker metaal en electro-industrie
Appellante was uitzendkracht en viel op 8 februari 2005 uit wegens knie-, heup- en enkelklachten. Na de wettelijke wachttijd werd zij niet arbeidsongeschikt verklaard volgens de Wet WIA, omdat zij geschikt werd geacht voor diverse functies, waaronder productiemedewerker metaal en electro-industrie (soldeerder). Het Uwv beëindigde haar ziekengeld per 29 juni 2009 op basis van een medische beoordeling.
De rechtbank vernietigde het besluit vanwege een gebrekkige motivering, maar liet de rechtsgevolgen in stand. In hoger beroep stelde appellante dat zij de functie niet kon verrichten vanwege een beperking met het bedienen van een voetpedaal. Zij overlegde een brief van haar neuroloog ter onderbouwing.
De Raad oordeelde dat de bezwaarverzekeringsarts de medische gegevens adequaat had beoordeeld en concludeerde dat appellante geschikt was voor de functie, omdat het voetpedaal met de rechtervoet bediend kan worden en de fysieke belasting gering is. De brief van de neuroloog betrof een latere periode en wijzigde de beoordeling niet. Het hoger beroep werd verworpen en de beëindiging van het ziekengeld bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit tot beëindiging van het ziekengeld per 29 juni 2009 wordt bevestigd.