ECLI:NL:CRVB:2012:BW0318
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- B.J. van de Griend
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag politieambtenaar wegens ernstig plichtsverzuim en onrechtmatig handelen
Appellant was sinds 1979 werkzaam bij de politie en vervulde vanaf 1996 de functie van coördinator Jongerenteams, waarvan de werkzaamheden in 2008 vervielen. Na diverse opties af te wijzen, werd appellant teruggeplaatst als wijkagent. Hij richtte een stichting en een trainingsbureau op, die nevenwerkzaamheden verrichtten, maar meldde deze niet tijdig aan het bevoegd gezag. De korpsbeheerder legde appellant een berisping op vanwege het niet melden van nevenactiviteiten en het onvoldoende duidelijk maken dat hij als privépersoon handelde.
Appellant werd vervolgens ontslagen wegens ernstig plichtsverzuim, waaronder verduistering van drie voertuigen, onrechtmatig onder zich houden van kampeerspullen, het handelen in strijd met voorwaarden van nevenwerkzaamheden en imagoschade aan de politie. De strafrechtelijke vervolging leidde tot vrijspraak, maar de Raad oordeelde dat het plichtsverzuim in ambtenarenrechtelijke zin wel vaststond.
De Raad bevestigde dat de verplaatsing naar wijkagent passend was en dat de berisping terecht was opgelegd. Het besluit dat appellant zijn nevenwerkzaamheden niet binnen de politieregio Utrecht mocht verrichten, werd eveneens gerechtvaardigd geacht. Het ontslag werd niet als onevenredig beoordeeld, mede gezien de eerdere berisping en het ernstige karakter van het plichtsverzuim.
Uitkomst: Het ontslag van appellant wegens ernstig plichtsverzuim wordt bevestigd.