ECLI:NL:CRVB:2012:BW1060

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
6 april 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11-5629 ANW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • H.J. Simon
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 ANWArt. 13 ANWArt. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering nabestaanden- en halfwezenuitkering wegens niet-verzekerde echtgenoot op overlijdensdatum

Appellante stelde hoger beroep in tegen de weigering van de Sociale verzekeringsbank (Svb) om haar een nabestaanden- en halfwezenuitkering toe te kennen op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW). De Svb had geweigerd omdat de echtgenoot van appellante op de dag van zijn overlijden niet verzekerd was volgens de ANW.

De rechtbank had het beroep van appellante ongegrond verklaard en ook in hoger beroep werd dit standpunt bevestigd. Appellante voerde aan dat haar echtgenoot regelmatig in Nederland had gewerkt en dat het gezin zonder inkomsten was achtergebleven. De Raad oordeelde echter dat de echtgenoot op de overlijdensdatum in Marokko verbleef en geen arbeid in Nederland verrichtte, waardoor hij niet verzekerd was volgens artikel 13 van Pro de ANW.

Omdat appellante geen nabestaande is en haar kinderen geen halfwezen in de zin van de ANW, werd het beroep ongegrond verklaard. De Centrale Raad van Beroep zag geen reden om af te wijken van deze beoordeling en bevestigde de aangevallen uitspraak.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de nabestaanden- en halfwezenuitkering omdat de echtgenoot van appellante op de overlijdensdatum niet verzekerd was volgens de ANW.

Uitspraak

11/5629 ANW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellante], wonende te [woonplaats], Marokko (appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 10 mei 2011, 10/5981 (aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb).
Datum uitspraak: 6 april 2012
I. PROCESVERLOOP
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 februari 2012. Appellante is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. H.S. van Zanten.
II. OVERWEGINGEN
1. Bij besluit van 30 juli 2010 heeft de Svb geweigerd aan appellante een nabestaanden- en een halfwezenuitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet (ANW) toe te kennen. Ter motivering wordt opgemerkt dat de echtgenoot van appellante op de datum van overlijden niet verzekerd was voor de ANW.
2. Bij beslissing van 27 oktober 2010 (bestreden besluit) heeft de Svb het bezwaar tegen het besluit van 30 juli 2010 ongegrond verklaard.
3. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
4. In hoger beroep heeft appellante als beroepsgrond naar voren gebracht dat haar overleden echtgenoot regelmatig in Nederland heeft gewerkt. Met zijn overlijden is zijn gezin, met twee kinderen, zonder bron van inkomsten komen te zitten.
5. Het hoger beroep slaagt niet.
6. In artikel 1, aanhef, en onder d, van de ANW, is bepaald dat onder nabestaande wordt verstaan de echtgenoot van degene die op de dag van overlijden verzekerd is op grond van de ANW. In artikel 13, eerste lid, van de ANW, is bepaald dat verzekerd is op grond van de ANW degene die ingezetene is of die geen ingezetene is, doch ter zake van in Nederland in dienstbetrekking verrichte arbeid aan de loonbelasting is onderworpen. Uit de gedingstukken blijkt dat de echtgenoot van appellante op de dag van zijn overlijden in Marokko verbleef en geen arbeid in Nederland verrichtte, zodat hij op die dag niet verzekerd was op grond van artikel 13 van Pro de ANW. Gesteld noch gebleken is dat de echtgenoot van appellante op grond van enige andere bepaling van nationaal of internationaal recht als verzekerde ingevolge de ANW kan worden aangemerkt. Het vorenstaande brengt mee dat appellante geen nabestaande is en haar kinderen geen halfwezen zijn in de zin van de ANW. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit dan ook met recht ongegrond verklaard.
7. De Raad ziet geen aanleiding toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
recht doende,
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door H.J. Simon, in tegenwoordigheid van I.J. Penning als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 6 april 2012.
(get.) H.J. Simon.
(get.) I.J. Penning.
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH ’s-Gravenhage) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen inzake het begrip verzekerde.
JL