ECLI:NL:CRVB:2012:BW1269
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten intrekking bijstand en terugvordering wegens onvoldoende motivering leeftijd hennepplanten
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Op 18 december 2007 trof de politie in hun berging een hennepkwekerij aan met 290 planten van circa 65 cm hoog. De sociale recherche stelde dat de planten zes weken oud waren en dat appellanten ten minste twee oogsten hadden gehad, wat leidde tot de herziening en terugvordering van bijstand over de periode 4 juni tot 17 december 2007.
De rechtbank verklaarde de beroepen tegen deze besluiten ongegrond. In hoger beroep betwistten appellanten dat het een professionele kwekerij betrof en dat de planten zes weken oud waren. De Raad constateerde dat de kwekerij professioneel was en dat de periode van exploitatie ten minste 22 weken bedroeg.
Echter, de Raad oordeelde dat het college onvoldoende feitelijke grondslag bood voor de aanname dat de planten zes weken oud waren. Het standpunt was gebaseerd op een schatting van politieagenten zonder onderbouwing, terwijl appellanten stelden dat planten in kortere tijd 65 cm kunnen bereiken. Hierdoor ontbrak een draagkrachtige motivering en waren de besluiten niet deugdelijk gemotiveerd.
De Raad vernietigde de bestreden besluiten wegens strijd met artikel 7:12 Awb Pro en droeg het college op binnen zes weken het gebrek in de besluiten op bezwaar te herstellen met inachtneming van de overwegingen van de Raad.
Uitkomst: De besluiten tot intrekking van bijstand en terugvordering worden vernietigd wegens onvoldoende motivering en het college wordt opgedragen het gebrek te herstellen.