ECLI:NL:CRVB:2012:BW3334
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontzegging verdere Ziektewet-uitkering wegens geschiktheid eigen arbeid
Appellant, voormalig assistent beheerder van een buurthuis, meldde zich ziek met klachten van flauwvallen, rug- en psychische klachten en ontving een Ziektewet-uitkering. Na onderzoek door verzekeringsarts Vergroesen werd verdere uitkering ontzegd omdat appellant geschikt werd geacht zijn eigen werk te verrichten. Het bezwaar van appellant werd ongegrond verklaard.
De rechtbank bevestigde dit besluit, stellende dat de verzekeringsartsen geen ernstige beperkingen vaststelden en dat appellant zijn lichte werkzaamheden ondanks klachten kon uitvoeren. Psychische klachten werden niet doorslaggevend geacht.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn psychische klachten en lichamelijke beperkingen, waaronder rug-, schouder- en heupklachten, zwaarwegender waren. Diverse medische verklaringen van neurologen, cardioloog en arts-assistent interne geneeskunde werden overgelegd, maar boden geen objectiveerbare verklaring voor de klachten. De verklaring van psycholoog Zwaan werd door de Raad niet als doorslaggevend beschouwd.
De Raad concludeerde dat de eerdere uitspraak bevestigd kon worden, omdat geen ernstige afwijkingen waren vastgesteld en appellant geschikt werd geacht tot zijn eigen arbeid. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de ontzegging van verdere Ziektewet-uitkering omdat appellant geschikt wordt geacht tot het verrichten van zijn eigen arbeid.