ECLI:NL:CRVB:2012:BW4273
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.Th. Wolleswinkel
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- Rechtspraak.nl
Minister niet bevoegd tot ontslag ambtenaar wegens onvoldoende ongeschiktheid
Betrokkene, sinds 1980 politieambtenaar en vanaf 2006 werkzaam bij het Korps landelijke politiediensten, werd ontslagen wegens plichtsverzuim na het aangaan van een persoonlijke relatie met een zedenslachtoffer, Z. De minister legde hem ontslag op grond van artikel 94 Barp Pro wegens ongeschiktheid op, nadat een oriënterend en disciplinair onderzoek was uitgevoerd.
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het ontslagbesluit, stellende dat de gedragingen niet leidden tot ongeschiktheid en dat betrokkene geen verbeterkans had gekregen. De minister ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Raad oordeelt dat hoewel betrokkene gedragsregels heeft geschonden en een persoonlijke relatie met Z had, dit niet voldoende is om ongeschiktheid aan te nemen. De relatie speelde zich grotendeels af buiten het gezagsbereik van de minister en betrokkene had geen beroepsmatige contacten meer met burgers sinds februari 2006. Bovendien was er in zijn 28-jarige loopbaan geen eerder ontoelaatbaar gedrag.
De minister heeft niet aannemelijk gemaakt dat een uitzondering op de hoofdregel van een verbeterkans gerechtvaardigd is. Daarom bevestigt de Raad het vonnis van de rechtbank en veroordeelt de minister in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het ontslag van betrokkene wegens ongeschiktheid wordt vernietigd en het beroep van betrokkene wordt gegrond verklaard.