ECLI:NL:CRVB:2012:BW4657
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M. Greebe
- J.J.T. van der Corput
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking recht op ziekengeld wegens arbeidsongeschiktheid
Appellante ontving sinds 29 mei 2000 een WAO-uitkering, die in 2006 werd ingetrokken wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Na ziekmelding tijdens een WW-uitkering in 2009 en 2010, besloot het UWV haar geen recht meer te geven op ziekengeld. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Raad bevestigt dit in hoger beroep.
De Raad overweegt dat onder 'zijn arbeid' wordt verstaan de laatstelijk feitelijk verrichte arbeid, hier de functie van machinaal metaalbehandelaar. Medisch onderzoek, inclusief rapportages van diverse specialisten en verzekeringsartsen, toont aan dat appellante ondanks beperkingen geschikt is voor deze functie.
De door appellante aangevoerde klachten en aanvullende medische informatie leiden niet tot een ander oordeel. De Raad concludeert dat het bestreden besluit terecht is genomen en bevestigt de uitspraak van de rechtbank, waarmee het hoger beroep wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het recht op ziekengeld wordt ingetrokken.