ECLI:NL:CRVB:2012:BW4802
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak wegens onjuiste intrekking ontslag en vergoeding kosten bezwaar
Appellant, korporaal bij de Koninklijke Luchtmacht, kreeg ontslag wegens bezit van softdrugs tijdens diensttijd. Dit ontslag werd aanvankelijk geschorst en later ingetrokken, maar vervolgens weer gehandhaafd, wat leidde tot een juridisch geschil.
De rechtbank oordeelde dat de intrekking van het ontslagbesluit onrechtmatig was en verklaarde het bezwaar van appellant niet-ontvankelijk. Tevens wees de rechtbank een verzoek om schadevergoeding af en wees een proceskostenveroordeling toe.
In hoger beroep stelt appellant dat de rechtbank ten onrechte geen vergoeding van de kosten in bezwaar heeft toegekend en verzoekt opnieuw om schadevergoeding. De Raad overweegt dat de rechtbank inderdaad ten onrechte geen vergoeding van de kosten in bezwaar heeft toegewezen, omdat het bezwaar niet-ontvankelijk werd verklaard door de intrekking van het ontslagbesluit.
De Raad veroordeelt de minister daarom tot vergoeding van de kosten van bezwaar en het griffierecht. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen omdat appellant niet heeft aangetoond dat er sprake is van geestelijk letsel of aantasting van eer en goede naam. De Raad bevestigt verder de overige onderdelen van de aangevallen uitspraak.
Uitkomst: De Raad vernietigt het deel van de uitspraak dat geen vergoeding van de kosten van bezwaar toekent en veroordeelt de minister tot vergoeding van deze kosten en het griffierecht, terwijl het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.