ECLI:NL:CRVB:2012:BW5037
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens overschrijding beroepstermijn in WAO-uitkeringszaak
Appellant heeft bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) een uitkering op grond van de WAO aangevraagd, welke is geweigerd omdat hij minder dan 15% arbeidsongeschikt was na de wachttijd. Na eerdere afwijzingen en bevestigingen door rechtbank en Raad, verzocht appellant in 2009 opnieuw om een uitkering, maar het Uwv bleef bij het eerdere besluit. Vervolgens verklaarde het Uwv het bezwaar tegen die beslissing niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaar- en beroepstermijn.
Appellant stelde beroep in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring, maar de rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat het beroepschrift te laat was ingediend. Appellant voerde aan dat hij dacht dat het besluit een afschrift was, maar dit werd niet als verschoonbare reden erkend. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft dit oordeel en bevestigt het vonnis van de rechtbank.
De Raad acht geen gronden aanwezig voor een proceskostenveroordeling en verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. De uitspraak is gedaan door rechter J.W. Schuttel op 4 mei 2012.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn zonder verschoonbare reden.