ECLI:NL:CRVB:2012:BW5119
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- E.J. Govaers
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstandsuitkering wegens niet-naleving re-integratietraject en onverantwoorde besteding vermogen
Appellant ontving bijstand van de gemeente Rotterdam en volgde een re-integratietraject bij Agens, dat voortijdig werd beëindigd nadat appellant na één dag weigerde te werken bij een werkgever vanwege vermeende allergieën. Het college legde een maatregel op van 100% verlaging van de bijstand gedurende één maand wegens onvoldoende gebruik van de arbeidsinschakelingsvoorziening.
Daarnaast had appellant na de verkoop van zijn woning een bedrag van €29.906,73 ontvangen, maar beschikte hij bij de aanvraag over een negatief vermogen. Hij gaf onvoldoende inzicht in de besteding van de opbrengst, waardoor het college een verlaging van 10% gedurende twaalf maanden oplegde wegens onverantwoorde intering op het vermogen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad oordeelde dat appellant geen medische onderbouwing had geleverd voor zijn arbeidsongeschiktheid en dat zijn telefonische gedrag jegens de contactpersoon bij Agens verwijtbaar was. Ook was er geen sprake van schending van het vertrouwensbeginsel of van strijd met zorgvuldigheids- en motiveringsbeginselen.
Het verzoek tot schadevergoeding en proceskosten werd afgewezen. De opgelegde maatregelen waren volgens de Raad terecht en proportioneel, mede gelet op het maatregelenbeleid van de gemeente Rotterdam en de Verordening Nieuwe Waterweg Noord 2004.
Uitkomst: De verlaging van de bijstandsuitkering met 100% voor één maand en 10% voor twaalf maanden wordt bevestigd.