ECLI:NL:CRVB:2012:BW5146
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening hersteldverklaring Ziektewet wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellante, werkzaam als tuinbouwmedewerker, meldde zich ziek met arm-, oor- en psychische klachten en ontving een Ziektewetuitkering. Het UWV verklaarde haar per 26 januari 2009 geschikt voor arbeid en weigerde verdere uitkering. Hiertegen werd bezwaar en beroep ingesteld, maar deze werden afgewezen, deels wegens overschrijding van termijnen.
Appellante verzocht later om herziening van de hersteldverklaring, maar het UWV wees dit af omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren zoals bedoeld in artikel 4:6 Awb Pro. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond, omdat de medische rapporten dateren van na de datum in geding en reeds bekende klachten geen nieuwe feiten vormen.
In hoger beroep stelde appellante dat ernstige klachten waren onderschat en dat verzekeringsartsen onvoldoende hadden doorgevraagd. De Raad oordeelde dat de klachten al bekend waren en meegenomen in eerdere beoordelingen. Nieuwe diagnoses van reeds bekende aandoeningen of medische rapporten van na de datum in geding bieden geen grond voor herziening.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het verzoek tot herziening van de hersteldverklaring wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.