ECLI:NL:CRVB:2012:BW5325
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning WGA-vervolguitkering bij arbeidsongeschiktheid 45-55%
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om hem een WGA-vervolguitkering toe te kennen, berekend op een arbeidsongeschiktheidspercentage van 45 tot 55%. De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat de belastbaarheid van appellant juist was vastgesteld op basis van medische rapporten van verzekeringsartsen en bezwaarverzekeringsartsen.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn belastbaarheid door psychische klachten en lichamelijke beperkingen, waaronder de aandoening DISH, zwaarder moest worden ingeschat. Hij verwees onder meer naar een brief van een psycholoog en een fysiotherapeut om zijn stellingen te onderbouwen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische rapporten en de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 14 juli 2009 adequaat en zorgvuldig waren opgesteld. Het beroep op latere medische verklaringen werd afgewezen omdat deze dateren van na de datum in geschil en onvoldoende relevant zijn voor het moment van beoordeling. De Raad vond geen aanleiding om de eerder vastgestelde belastbaarheid en de daaraan ten grondslag gelegde functies te wijzigen.
De Raad bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank en wees het hoger beroep van appellant af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de toekenning van de WGA-vervolguitkering met een arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55% en wijst het hoger beroep af.