ECLI:NL:CRVB:2012:BW5641
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- E.J. Govaers
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht gezamenlijke huishouding
Appellante ontving vanaf 19 februari 2007 bijstand als alleenstaande ouder. Uit onderzoek van de sociale recherche bleek dat zij vanaf die datum een gezamenlijke huishouding voerde met een partner zonder dit aan het college te melden. Het college trok daarom de bijstand met ingang van 1 augustus 2009 in en vorderde de teveel ontvangen bijstand over de periode van 19 februari 2007 tot 31 juli 2009 terug.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellante tegen deze besluiten ongegrond. Appellante voerde aan dat zij door het niet melden van de gezamenlijke huishouding niet te veel bijstand had ontvangen, omdat haar partner geen middelen had en dat het college de bijstand had moeten aanpassen in plaats van intrekken.
De Raad oordeelde dat appellante door het niet melden van de gezamenlijke huishouding niet als zelfstandig rechtspersoon voor bijstand kon worden aangemerkt en dat het college terecht de bijstand introk en terugvorderde. Het argument dat de partner geen inkomsten had, werd verworpen wegens gebrek aan bewijs. Ook de intrekking per 1 augustus 2009 werd bevestigd, ondanks de stelling dat de situatie helder was en een wijziging van norm volstond.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de eerdere uitspraken en wijst het hoger beroep af. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering wegens het niet melden van de gezamenlijke huishouding.