ECLI:NL:CRVB:2012:BW5725
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid tot hervatting arbeid als cateringmedewerkster
Appellante was werkzaam als cateringmedewerkster en viel uit wegens psychische en lichamelijke klachten. Zij ontving een Ziektewetuitkering vanaf december 2009. Na onderzoek door een verzekeringsarts werd geconcludeerd dat zij vanaf 8 februari 2010 geschikt was om haar werkzaamheden te hervatten, waarop haar uitkering werd beëindigd. Appellante maakte bezwaar, dat werd afgewezen door het Uwv en de rechtbank.
In hoger beroep stelde appellante dat haar werk stressvol was en dat het besluit op onjuiste gegevens was gebaseerd. De Raad oordeelde dat het medische onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij ook informatie van behandelaars was betrokken. De bezwaarverzekeringsarts en een arbeidsdeskundige concludeerden dat de functie fysiek niet zwaar was en geen stresserende omstandigheden kende.
Appellante bracht geen nieuwe medische gegevens in die haar beperkingen anders zouden doen beoordelen. De Raad bevestigde daarom het besluit tot beëindiging van de uitkering en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering wegens geschiktheid tot hervatting van de arbeid.