ECLI:NL:CRVB:2012:BW6544
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- J.Th. Wolleswinkel
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag op grond van impasse volgens artikel 99 ARAR
Appellant was sinds 2002 werkzaam bij de Raad voor de rechtspraak en had na functioneringsproblemen een andere functie gekregen. Ondanks begeleiding en ondersteuning bij het zoeken naar een externe functie, bleef het functioneren onvoldoende en ontstond een impasse.
De Raad voor de rechtspraak verleende appellant ontslag primair op grond van ongeschiktheid (artikel 98 ARAR Pro) en subsidiair op grond van artikel 99 ARAR Pro wegens de impasse. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat ontslag op grond van artikel 99 ARAR Pro terecht was omdat sprake was van een impasse, waarbij appellant ruim tweeënhalf jaar ondersteuning kreeg.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad stelt dat appellant terecht niet meer betwist dat ontslag op grond van artikel 98 ARAR Pro niet aan de orde is. De Raad acht het ontslag op grond van artikel 99 ARAR Pro gerechtvaardigd, gezien de langdurige begeleiding, het ontbreken van passende functies binnen de organisatie en het feit dat appellant zich niet verzette tegen de stappen van de werkgever.
De Raad wijst appellant's stelling af dat de ontslaggrond te gemakkelijk werd gehanteerd en bevestigt dat een hogere of langere uitkering niet noodzakelijk was. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het ontslag op grond van artikel 99 ARAR wegens een impasse wordt bevestigd.