ECLI:NL:CRVB:2012:BW6546
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen weigering benoeming ambtenaar bij andere overheidswerkgever
Verzoeker, werkzaam als chauffeur bij het Parket-Generaal, solliciteerde naar een functie bij de politieregio Amsterdam-Amstelland. Na een positieve voorlopige mededeling werd de sollicitatieprocedure beëindigd vanwege strafrechtelijke antecedenten van verzoeker. De korpsbeheerder verklaarde het bezwaar tegen deze weigering aanvankelijk niet-ontvankelijk, omdat verzoeker niet onder diens gezag viel.
De rechtbank oordeelde anders en vernietigde dit besluit, stellende dat verzoeker een gerechtvaardigde verwachting tot benoeming had en dus als ambtenaar in de zin van de Ambtenarenwet werd getroffen. De korpsbeheerder berustte in deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep heroverwoog dit oordeel en stelde dat het besluit van 7 september 2011 geen intrekking van een aanstelling betrof, maar een weigering tot benoeming. Volgens vaste jurisprudentie is bezwaar tegen een weigering tot benoeming niet-ontvankelijk, tenzij bijzondere omstandigheden aanwezig zijn die verzoeker als ambtenaar raken.
De Raad oordeelde dat er geen zodanige bijzondere omstandigheden waren, omdat het om een reguliere externe sollicitatie ging zonder rechtstreeks verband met een bestaand loopbaanperspectief. Daarom verklaarde de Raad het bezwaar niet-ontvankelijk, vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en veroordeelde de korpsbeheerder in de proceskosten.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de weigering tot benoeming wordt niet-ontvankelijk verklaard en het bestreden besluit vernietigd.