ECLI:NL:CRVB:2012:BW7158
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen besluiten van het college van burgemeester en wethouders van IJsselstein omtrent zijn ontslag en benoemingsverzoeken. Tevens verzocht hij om een voorlopige voorziening om zijn dienstverband te herstellen en werkzaamheden te hervatten.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening beoordeeld aan de hand van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Verzoeker stelde dat hij een WW-uitkering ontvangt ter hoogte van 70% van zijn laatstverdiende loon en dat de gemeente als eigen risicodrager de lasten draagt zonder tegenprestatie. Tevens voerde hij aan dat de handelwijze van het college hem geestelijk leed heeft toegebracht.
De Raad oordeelde dat geen sprake is van een spoedeisend belang. De enkele omstandigheid van het ontvangen van een WW-uitkering is onvoldoende om financiële nood aan te nemen. Ook de psychische spanningen zijn niet onderbouwd met medische verklaringen. De medische situatie rechtvaardigt geen spoedeisend belang. Het verzoek om voorlopige voorziening is daarom afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep op 30 mei 2012.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.