ECLI:NL:CRVB:2012:BW7180
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaalde aanvraag AOW-pensioen wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant heeft een AOW-pensioen aangevraagd dat bij besluit van 21 mei 2008 werd afgewezen. Het bezwaar daartegen werd ongegrond verklaard. Een herhaalde aanvraag met aanvullende documenten werd eveneens afgewezen omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren zoals bedoeld in artikel 4:6 Awb Pro.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de Sociale Verzekeringsbank (Svb) terecht gebruik heeft gemaakt van haar bevoegdheid om de herhaalde aanvraag af te wijzen. Appellant kon niet aannemelijk maken dat hij in de periode 1970-1972 in Nederland heeft gewoond of gewerkt, ondanks zijn stellingen en het overleggen van een briefhoofd van een accountantskantoor.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft deze overwegingen en bevestigt dat de Svb de belangen van appellant zorgvuldig en evenwichtig heeft afgewogen. De enkele opgave van een accountantskantoor als werkgever en het briefhoofd daarvan zijn onvoldoende bewijs. Er zijn geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de herhaalde AOW-aanvraag wegens het ontbreken van nieuwe feiten.