ECLI:NL:CRVB:2012:BW7253
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Recht op zorg in woonland Spanje ten laste van pensioenland Nederland onder Zorgverzekeringswet
In deze zaak heeft de Centrale Raad van Beroep op 1 juni 2012 uitspraak gedaan in het hoger beroep van een appellant die in Spanje woont en een pensioen ontvangt op basis van de Algemene Ouderdomswet (AOW). De appellant stelt dat hij niet verzekerd is onder de Zorgverzekeringswet (Zvw) en dat hij daarom geen recht heeft op zorgverlening vanuit Nederland. De Raad heeft echter geoordeeld dat voor de toepassing van de artikelen 28 en 28bis van Verordening (EEG) nr. 1408/71 niet van belang is of de appellant in Nederland verzekerd is, maar of hij recht heeft op zorgverlening in zijn woonland, Spanje, indien hij daar zou wonen. Dit is bevestigd door het Hof van Justitie in het arrest Van Delft e.a. (C-345/09). De Raad concludeert dat aan deze voorwaarde is voldaan, waardoor de appellant recht heeft op zorgprestaties in Spanje ten laste van Nederland.
De appellant had eerder bezwaar gemaakt tegen een besluit van het College voor zorgverzekeringen (Cvz) dat hem als verdragsgerechtigde had aangemerkt en een bijdrage had ingehouden op zijn pensioen. De Raad had in een eerdere uitspraak op 13 december 2011 al geoordeeld dat het besluit van Cvz in stand blijft. In het huidige hoger beroep herhaalt de appellant zijn standpunt dat hij geen rechten kan ontlenen aan de genoemde artikelen van de verordening, maar de Raad volgt deze redenering niet. De uitleg van de appellant wordt niet ondersteund door het recht en de jurisprudentie van het Hof. De Raad bevestigt de eerdere uitspraak van de rechtbank Amsterdam, die het beroep van de appellant ongegrond had verklaard. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en bevestigt de aangevallen uitspraak.