ECLI:NL:CRVB:2012:BW8010

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
6 juni 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12-724 WAO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Ch. van Voorst
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:73a AwbArt. 8:75a AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vergoeding immateriële schade en proceskostenveroordeling tegen UWV

Appellante heeft bij de Centrale Raad van Beroep hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV. Tijdens de procedure heeft het UWV een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen, waarna appellante het hoger beroep heeft ingetrokken en verzocht om vergoeding van immateriële schade en proceskosten.

De Raad beoordeelt dat de gestelde immateriële schade onvoldoende is onderbouwd en wijst het verzoek tot vergoeding daarvan af. Wel ziet de Raad aanleiding om het UWV te veroordelen in de proceskosten die appellante redelijkerwijs heeft moeten maken in bezwaar, beroep en hoger beroep.

De proceskosten worden forfaitair begroot op in totaal €1.748,--, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. Voor het betaalde griffierecht kan appellante zich rechtstreeks tot het UWV wenden. Het onderzoek ter zitting is achterwege gelaten met toestemming van partijen. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 6 juni 2012.

Uitkomst: Verzoek om vergoeding immateriële schade afgewezen; UWV veroordeeld tot betaling van €1.748 aan proceskosten.

Uitspraak

12/724 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikelen 8:73a en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 21 december 2011, 11/7340 (aangevallen uitspraak).
Partijen:
[appellante] gevestigd te [vestigingsplaats] (appellante),
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft G.A.V. van de Poel hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft op 1 maart 2012 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Bij brief van 1 maart 2012 is namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten en schade.
Het Uwv heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
OVERWEGINGEN
Artikel 8:73a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:73 van Pro de Awb kan worden veroordeeld tot vergoeding van de schade die de verzoeker lijdt.
Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 21 van Pro de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Namens appellante is de Raad verzocht om vergoeding van immateriële schade.
De Raad acht de namens appellante gestelde immateriële schade niet onderbouwd.
Daarom wijst de Raad dit verzoek af.
De Raad ziet aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het bezwaar, het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 437,-- voor verleende rechtsbijstand in bezwaar, € 874,-- voor verleende rechtsbijstand in beroep en € 437,-- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep in totaal
€ 1.748,--.
In de bijlage van het Besluit proceskosten bestuursrecht is een limitatieve opsomming gegeven van de proceshandelingen waarvoor een forfaitaire vergoeding kan worden toegewezen. Voor een veroordeling tot een hoger bedrag dan het forfaitaire tarief op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht, zoals namens appelante is verzocht, ziet de Raad geen aanleiding.
Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellante zich rechtstreeks tot het Uwv wenden.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep:
- wijst het verzoek om vergoeding van de schade af;
- veroordeelt het Uwv in de kosten van appellante tot een bedrag van € 1.748,--.
Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst, in tegenwoordigheid van
A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op
6 juni 2012.
(get.) Ch. van Voorst
(get.) A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen
TM