ECLI:NL:CRVB:2012:BW8384

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
13 juni 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11-484 AWBZ
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • G.M.T. Berkel-Kikkert
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging uitspraak inzake indicatiebesluit zorg op grond van AWBZ

Appellant heeft bij het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) een aanvraag ingediend voor indicatie van zorg op grond van de AWBZ, welke aanvankelijk resulteerde in een indicatie voor begeleiding en persoonlijke verzorging. Na bezwaar werd appellant alsnog geïndiceerd voor zorg in natura binnen het zorgzwaartepakket GGZ 5 C.

De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep vordert appellant vergoeding van aanvullende voorzieningen zoals een dieetsupplement, beddengoed, een zuurstofconcentrator en hulp bij woningopruiming, terwijl hij betwist naturazorg te hebben gevraagd.

De Raad oordeelt dat deze vergoedingen geen verband houden met het indicatiebesluit dat ter beoordeling staat. Tevens benadrukt de Raad dat de leveringsvorm zorg in natura geen bindend onderdeel is van het indicatiebesluit, maar een voorkeur van appellant weergeeft. De realisatie van de zorg valt onder het zorgkantoor, waarbij appellant kan aangeven indien hij voorkeur heeft voor een persoonsgebonden budget.

Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.

Uitspraak

11/484 AWBZ
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 9 december 2010, 10/2703 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
Stichting Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ)
Datum uitspraak: 13 juni 2012
PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
CIZ heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 juni 2012. Appellant is niet verschenen. CIZ heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P.I. Algoe.
OVERWEGINGEN
1.1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.
1.2. Bij aanvraagformulier van 28 oktober 2009 heeft appellant CIZ verzocht hem te indiceren voor zorg (verpleging en behandeling) op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ).
1.3. Bij besluit van 24 november 2009 heeft CIZ appellant vanwege een psychiatrische en een somatische aandoening geïndiceerd voor zorg: begeleiding groep klasse 3, begeleiding individueel klasse 4 en persoonlijke verzorging klasse 2, alle voor de periode van 24 november 2009 tot en met 22 april 2014.
1.4. Bij besluit van 29 juni 2010 heeft CIZ het bezwaar van appellant tegen het besluit van 24 november 2009 gegrond verklaard. Appellant is alsnog geïndiceerd voor zorg in natura, uitgedrukt in zorgzwaartepakket GGZ 5 C voor de periode van 24 november 2009 tot en met 23 november 2014.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het besluit van 29 juni 2010 ongegrond verklaard.
3. Appellant heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen deze uitspraak gekeerd. Appellant wenst - kort samengevat - vergoeding van een dieetsupplement, beddengoed, een zuurstofconcentrator en hulp bij het opruimen van zijn woning. Voorts stelt appellant geen naturazorg te hebben gevraagd.
4.1. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.2. Hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd leidt niet tot het oordeel dat de aangevallen uitspraak onjuist is.
4.2.1. De door appellant gewenste vergoedingen houden geen verband met het hier ter beoordeling staande indicatiebesluit.
4.2.2. De in dit besluit genoemde leveringsvorm, zorg in natura, maakt geen bindend onderdeel uit van het indicatiebesluit, maar geeft de destijds door appellant aangegeven voorkeur aan. Het zorgkantoor gaat over de realisering van de door CIZ geïndiceerde zorg. Indien appellant thans voorkeur voor een persoonsgebonden budget heeft, kan hij dit aan het zorgkantoor meedelen.
4.3. Het hoger beroep slaagt niet, zodat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.
5. De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door G.M.T. Berkel-Kikkert, in tegenwoordigheid van M.R. Schuurman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 juni 2012.
(get.) G.M.T. Berkel-Kikkert.
(get.) M.R. Schuurman.
HD