ECLI:NL:CRVB:2012:BW8657

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
13 juni 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10-6977 WMO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • G.M.T. Berkel-Kikkert
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning HeerhugowaardArt. 8 Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning HeerhugowaardArt. 11 Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning HeerhugowaardWet maatschappelijke ondersteuning
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging toekenning huishoudelijke verzorging op basis van zorgvuldige indicatie

Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Heerhugowaard om haar huishoudelijke verzorging toe te kennen voor 2 tot 3,9 uur per week, gebaseerd op een advies van Argonaut Advies BV. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het advies zorgvuldig was en de beperkingen van appellante juist waren vastgesteld.

Appellante voerde in hoger beroep aan dat het advies onzorgvuldig tot stand was gekomen omdat er geen contact was geweest met haar behandelend specialist. Zij overhandigde een brief van een anesthesioloog die een diagnose stelde voor haar pijnklachten. De Raad nam dit mee, maar stelde vast dat een nieuw medisch advies van Argonaut, waarin de recente informatie was verwerkt, geen aanleiding gaf tot een andere indicatie.

De Raad concludeerde dat appellante wel in staat is om licht huishoudelijk werk te verrichten, verspreid over de week, maar niet tot zwaar huishoudelijk werk zoals stofzuigen of vloeren dweilen, waarvoor zij hulp krijgt toegekend. Ook het strijken en het brengen en halen van de was naar de zolder wasmachine zijn beperkt. De toegekende uren zijn conform het Protocol Indicatiestelling voor huishoudelijke verzorging passend en voldoende. Er is geen aanleiding tot het toekennen van meer uren of het gelasten van nader medisch onderzoek.

De Centrale Raad van Beroep bevestigt hiermee de uitspraak van de rechtbank en wijst het beroep van appellante af.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de toekenning van huishoudelijke verzorging voor 2 tot 3,9 uur per week en wijst het beroep van appellante af.

Uitspraak

10/6977 WMO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Alkmaar van 18 november 2010, 09/2727 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
het college van burgemeester en wethouders van Heerhugowaard (college)
Datum uitspraak: 13 juni 2012
PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. M.C.A. Stoop, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 juni 2012. Namens appellante is mr. Stoop verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door P. van Dooyeweerd.
OVERWEGINGEN
1. Voor een uitgebreide weergave van de feiten verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. Hij volstaat hier met het volgende.
1.1. Bij besluit van 11 augustus 2009 heeft het college in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) appellante in aanmerking gebracht voor huishoudelijke verzorging voor 2 tot en met 3,9 uur per week (klasse 2) over de periode van 13 augustus 2009 tot en met 12 augustus 2011.
1.2. Bij besluit van 20 oktober 2009 heeft het college het tegen dit besluit gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Appellante is overeenkomstig het advies van 4 augustus 2009 van Argonaut Advies BV (Argonaut) in aanmerking gebracht voor overname van zwaar huishoudelijk werk (drie uur) en strijken (half uur). Het college heeft hierbij toepassing gegeven aan het Protocol Indicatiestelling voor huishoudelijke verzorging van april 2005 (Protocol) van de Stichting Centrum Indicatiestelling Zorg.
2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep tegen het besluit op bezwaar ongegrond verklaard. Daartoe heeft de rechtbank - samengevat - het volgende overwogen. Niet gebleken is dat het advies van 4 augustus 2009 van Argonaut onzorgvuldig tot stand is gekomen of dat het college de beperkingen van appellante heeft onderschat. Er zijn geen omstandigheden op grond waarvan het college van de in het Protocol neergelegde normtijden zou moeten afwijken. Volgens het Protocol is drie uur hulp nodig voor het verrichten van zwaar huishoudelijk werk en een uur voor het doen van de was. Aangezien appellante alleen hulp bij het strijken nodig heeft, acht de rechtbank een half uur daarvoor niet onjuist.
3. Appellante heeft zich tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Appellante acht het advies van 4 augustus 2009 van Argonaut onzorgvuldig tot stand gekomen, omdat geen contact is opgenomen met de behandelend specialist. In dit advies staat dat er een discrepantie is tussen de geclaimde beperkingen en de afwijkingen die kunnen worden geobjectiveerd, waardoor er geen medische onderbouwing kan worden gegeven voor de noodzaak van meer hulp in de huishouding dan in het huidig advies. De anesthesioloog Schippers heeft blijkens zijn brief van 12 mei 2010 voor de ondraaglijke pijnen die appellante ondervindt wel een diagnose kunnen stellen. Indien niet onmiddellijk tot gegrondheid van het beroep kan worden overgegaan, verzoekt appellante de Raad een nader medisch onderzoek te gelasten.
4.1. Voor de beoordeling van het geschil is de volgende regelgeving van belang.
4.1.1. Artikel 2 van Pro de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning van de gemeente Heerhugowaard (Verordening) bepaalt onder meer dat een voorziening slechts kan worden toegekend voor zover deze langdurig noodzakelijk is om de beperkingen op het gebied van het voeren van een huishouden op te heffen of te verminderen.
4.1.2. Ingevolge artikel 8 van Pro de Verordening kan de door het college ter compensatie van beperkingen ten gevolge van ziekte of gebrek bij het voeren van een huishouden te verstrekken voorziening bestaan uit hulp bij het huishouden in natura.
4.1.3. Ingevolge artikel 11 van Pro de Verordening wordt de omvang van de hulp bij het huishouden uitgedrukt in klassen, waarbij de volgende klassen met de daarbij behorende uren kunnen worden toegekend:
(…)
klasse 2, 2 tot en met 3,9 uur per week;
klasse 3, 4 tot en met 6,9 uur per week;
(…)
4.2. De Raad komt evenals de rechtbank tot het oordeel dat het advies van 4 augustus 2009 van Argonaut op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen en dat de beperkingen daarin niet onjuist zijn vastgesteld. De Raad stelt zich achter de overwegingen van de rechtbank en voegt daaraan het volgende toe. In beroep heeft appellante een brief van de anesthesioloog Schipper van 12 mei 2010 overgelegd. Uit deze brief blijkt dat bij nieuw medisch onderzoek een mogelijke oorzaak voor de rugklachten van appellante is vastgesteld. Het college heeft vervolgens in zijn verweer verwezen naar een medisch advies van 29 juli 2010 van Argonaut dat is uitgebracht naar aanleiding van een nieuwe aanvraag van appellante, waarbij de recente informatie van de anesthesioloog is betrokken. In dit advies is geconcludeerd dat de rugklachten niet leiden tot een toename van de in het eerdere rapport reeds vastgestelde beperkingen. De gemachtigde van appellante heeft ter zitting erkend dat de beperkingen niet onjuist zijn vastgesteld. Appellante neemt het standpunt in dat de daaraan verbonden conclusie over haar mogelijkheden om huishoudelijk werk te verrichten onjuist is. Nu de omvang van de beperkingen niet langer in geschil is, is er geen aanleiding een deskundige te benoemen om op basis van nader medisch onderzoek advies uit te brengen.
4.3.1. Het college acht appellante niet in staat tot het verrichten van zwaar huishoudelijk werk en strijken. Appellante moet volgens het college wel in staat worden geacht tot het verspreid over de week verrichten van licht huishoudelijk werk en tot het doen van de overige aan de was verbonden werkzaamheden.
4.3.2. De Raad heeft geen aanknopingspunten gevonden voor het oordeel dat appellante niet in staat zou zijn licht huishoudelijk werk – verspreid over de week - te verrichten. Anders dan appellante veronderstelt, valt hieronder niet stofzuigen, vloeren dweilen of een kast schoonmaken. Dit valt onder zwaar huishoudelijk werk, waarvoor haar hulp is toegekend. Uit de brief van anesthesioloog J.A. Siepert van 18 mei 2012 blijkt niet dat appellante niet in staat zou zijn licht huishoudelijk werk te verrichten. Ook moet zij in staat worden geacht de aan het wassen verbonden werkzaamheden te kunnen verrichten, met uitzondering van het strijken en het brengen en halen van de was naar de op de zolder geplaatste wasmachine. Daarbij heeft de Raad in aanmerking genomen, dat appellante beperkt is ten aanzien van tillen en ten aanzien van traplopen, waarbij zij steun nodig heeft van een trapleuning. Tevens is de functie van haar rechterarm beperkt. Aan het betoog van het college, dat met haar een verhuizing naar een gelijkvloerse woning is besproken, waardoor zij de was niet meer naar boven hoeft te dragen, gaat de Raad - daargelaten de vraag of dit aspect voor de hier aan de orde zijnde beoordeling relevant is - voorbij. Door de gemachtigde van appellante is dit weersproken en de gedingstukken bieden hiervoor geen steun.
4.4.1. Het college voert ter nadere invulling van het bepaalde in de artikelen 2 en 11 van de Verordening beleid zoals vastgelegd in het Protocol. De omvang van de hulp bij het voeren van een huishouden heeft het college uitgaande van het Protocol als volgt vastgesteld. Voor de overname van het zwaar huishoudelijk werk wordt drie uur en voor belemmeringen bij het strijken wordt een half uur per week berekend. Niet gebleken is dat deze normtijden onvoldoende zijn voor deze werkzaamheden.
4.4.2. Ter zitting is van de zijde van het college meegedeeld dat het indiceren in klassen bij naturazorg inhoudt dat tot de bovengrens van de klasse huishoudelijke hulp kan en mag worden verleend. De gemachtigde van appellante heeft ter zitting bevestigd dat hieraan in haar geval ook toepassing is gegeven. Dit betekent dat in de omvang van de toegekende huishoudelijke hulp genoeg tijd, 24 minuten per week, beschikbaar is voor het dragen van de was van beneden naar de op de zolder geplaatste wasmachine en terug.
4.4.3. Op grond van hetgeen is overwogen in 4.4.1 en 4.4.2 kan niet worden aangenomen dat appellante was aangewezen op meer dan 3,9 uur voor huishoudelijke verzorging per week. De Raad neemt daarbij in aanmerking dat appellante geen contra-expertise heeft overgelegd waaruit het tegendeel kan worden afgeleid.
4.5. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door G.M.T. Berkel-Kikkert, in tegenwoordigheid van M.R. Schuurman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 juni 2012.
(get.) G.M.T. Berkel-Kikkert.
(get.) M.R. Schuurman.
IJ