ECLI:NL:CRVB:2012:BW8909
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewet-uitkering wegens geschiktheid voor passende functie medewerker tuinbouw
Appellant, die sinds oktober 2006 arbeidsongeschikt was, kreeg geen WIA-uitkering omdat hij geacht werd minder dan 35% arbeidsongeschikt te zijn. Na ziekmelding onder de Werkloosheidswet werd hem een Ziektewet-uitkering toegekend, die het UWV op 26 januari 2010 beëindigde wegens geschiktheid voor arbeid, met name de functie medewerker tuinbouw.
Appellant maakte bezwaar en ging in beroep tegen deze beëindiging. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij zij het medisch onderzoek van de verzekeringsartsen als zorgvuldig beschouwde. De Raad bevestigt dit oordeel en stelt vast dat de passendheid van de geselecteerde functies in het kader van de WIA niet ter discussie staat.
Hoewel appellant medische stukken overlegd waarin een psychotische stoornis werd gesteld, oordeelde de bezwaarverzekeringsarts dat deze onvoldoende onderbouwd waren en dat de functie medewerker tuinbouw ook met dergelijke klachten uitgeoefend kon worden. De Raad ziet geen reden af te wijken van het oordeel van de rechtbank en bevestigt de beëindiging van de Ziektewet-uitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewet-uitkering wegens geschiktheid voor de functie medewerker tuinbouw.