ECLI:NL:CRVB:2012:BW8933
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor arbeid ondanks rugklachten
Appellant, werkzaam als grondwerker, viel uit wegens rugklachten en kreeg vanaf 29 november 2007 geen WIA-uitkering omdat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 35% werd vastgesteld. Na ziekmelding vanuit een WW-situatie weigerde het UWV op 3 maart 2010 verdere Ziektewetuitkering. Het bezwaar werd ongegrond verklaard op basis van medische rapporten van bezwaarverzekeringsartsen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze weigering ongegrond. In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt dat zijn beperkingen onjuist waren vastgesteld en hij meer beperkt was dan aangenomen.
De Raad oordeelde dat de medische beoordeling zorgvuldig was, mede gezien het lichamelijk onderzoek en de informatie van de neurochirurg. Hoewel er lichte toename van beperkingen was, had dit geen gevolgen voor de geschiktheid voor de geduide functies. Nieuwe medische informatie bracht geen ander licht. Het beroep van appellant faalde daarom.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en zag geen reden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De weigering van de Ziektewetuitkering blijft daarmee in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor passende arbeid.