ECLI:NL:CRVB:2012:BW8949
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA- en Ziektewet-uitkering na medische beoordeling
Appellant, laatst werkzaam als nachthulp en schoonmaker, meldde zich ziek met buikklachten waarna het UWV zijn arbeidsongeschiktheid op minder dan 35% stelde en de WIA-uitkering weigerde. Na een nieuwe ziekmelding met psychische klachten werd ook een Ziektewet-uitkering geweigerd omdat appellant geschikt werd geacht voor de eerder voorgehouden functies.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant tegen beide besluiten ongegrond, onder meer omdat de medische rapportages voldoende waren en er geen reden was voor een psychiatrische expertise. De Raad onderschrijft deze oordelen en wijst erop dat de psychische klachten voldoende zijn betrokken in de beoordeling.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de ernst van zijn psychische klachten onvoldoende was meegewogen en dat de maatstaf arbeid in de ZW-procedure onjuist was zolang het WIA-besluit niet definitief was. De Raad verwierp deze bezwaren wegens gebrek aan nadere medische onderbouwing.
De Raad bevestigt daarmee de aangevallen uitspraken en wijst de hoger beroepen af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 20 juni 2012.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA- en Ziektewet-uitkeringen.