Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2012:BW8949

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
20 juni 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/721 WIA + 11/4670 ZW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Ch. van Voorst
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 19 ZW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging weigering WIA- en Ziektewet-uitkering na medische beoordeling

Appellant, laatst werkzaam als nachthulp en schoonmaker, meldde zich ziek met buikklachten waarna het UWV zijn arbeidsongeschiktheid op minder dan 35% stelde en de WIA-uitkering weigerde. Na een nieuwe ziekmelding met psychische klachten werd ook een Ziektewet-uitkering geweigerd omdat appellant geschikt werd geacht voor de eerder voorgehouden functies.

De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant tegen beide besluiten ongegrond, onder meer omdat de medische rapportages voldoende waren en er geen reden was voor een psychiatrische expertise. De Raad onderschrijft deze oordelen en wijst erop dat de psychische klachten voldoende zijn betrokken in de beoordeling.

Appellant voerde in hoger beroep aan dat de ernst van zijn psychische klachten onvoldoende was meegewogen en dat de maatstaf arbeid in de ZW-procedure onjuist was zolang het WIA-besluit niet definitief was. De Raad verwierp deze bezwaren wegens gebrek aan nadere medische onderbouwing.

De Raad bevestigt daarmee de aangevallen uitspraken en wijst de hoger beroepen af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.

De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 20 juni 2012.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA- en Ziektewet-uitkeringen.

Uitspraak

11/721 WIA en 11/4670 ZW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op de hoger beroepen tegen de uitspraken van de rechtbank Amsterdam van 23 december 2010, 09/5018 (aangevallen uitspraak 1) en 13 juli 2011, 10/6118 (aangevallen uitspraak 2)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituuut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak: 20 juni 2012
PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. J. Ruijs, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft verweerschriften ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 mei 2012. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Ruijs en J. Lakjaa als tolk. Het Uwv is, met voorafgaand bericht, niet verschenen.
OVERWEGINGEN.
1.1. Appellant was laatstelijk werkzaam als nachthulp en schoonmaker in een hotel en ontving daarna een uitkering ingevolge de Werkloosheidswet (WW). Vanuit deze uitkeringssituatie heeft hij zich op 3 april 2007 ziekgemeld met buikklachten.
1.2. Op grond van een medische en arbeidskundige beoordeling heeft het Uwv de mate van arbeidsongeschiktheid na het verstrijken van de wachttijd van 104 weken vastgesteld op minder dan 35%. Bij besluit van 7 april 2009 heeft het Uwv aan appellant bericht dat voor hem op die grond met ingang van 31 maart 2009 geen recht is ontstaan op een uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA).
1.3. Appellant heeft zich op 22 juni 2009 opnieuw ziekgemeld met psychische klachten en aan hem is een uitkering ingevolge de Ziektewet (ZW) toegekend.
1.4. Na beoordeling door een verzekeringsarts, waarbij ook informatie van de behandelende specialisten is betrokken, is appellant bij besluit van 13 september 2010 per 20 september 2010 (verdere) uitkering ingevolge de ZW geweigerd omdat hij in staat werd geacht de destijds in het kader van de arbeidsongeschiktheidsbeoordeling ingevolge de Wet WIA voorgehouden functies te vervullen.
1.5. Bij besluit van 8 oktober 2009 (bestreden besluit 1) heeft het Uwv, beslissende op bezwaar, zijn besluit van 7 april 2009 gehandhaafd met verwijzing naar de rapportages van een bezwaarverzekeringsarts en een bezwaararbeidsdeskundige.
1.6. Bij besluit van 23 november 2010 (bestreden besluit 2) heeft het Uwv, beslissende op bezwaar, zijn besluit van 13 september 2010 gehandhaafd met verwijzing naar een rapportage van de bezwaarverzekeringsarts.
2.1. Bij aangevallen uitspraak 1 heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit 1 ongegrond verklaard omdat uit de onderzoeken van de (bezwaar)verzekeringsarts voldoende gegevens naar voren zijn gekomen om tot een afgewogen oordeel over de voor appellant geldende beperkingen te komen en er geen reden is om aan te nemen dat het Uwv van onjuiste medische beperkingen is uitgegaan. De rechtbank heeft daarbij mee laten wegen dat informatie van de behandelende specialisten bij de beoordeling is betrokken. Tevens was er geen reden voor een psychiatrische expertise en hebben de in beroep overgelegde verklaring van de psychiater V. Akbarkhanzadeh van 13 oktober 2010 en de verklaring van de getuige [L.] ter zitting van de rechtbank op 11 november 2010 geen aanknopingspunten geboden om meer beperkingen aan te nemen. De rechtbank heeft evenmin aanleiding gezien om de aan de schatting ten grondslag gelegde functies in medisch opzicht voor appellant ongeschikt te achten.
2.2. Bij aangevallen uitspraak 2 heeft de rechtbank met verwijzing naar de vaste rechtspraak van de Raad als maatstaf arbeid in de zin van artikel 19 van Pro de ZW aangemerkt de functies die aan eiser in het kader van de WIA-beoordeling in 2009 zijn voorgehouden. De rechtbank heeft geoordeeld dat de bezwaarverzekeringsarts in lijn met de beschikbare informatie van de behandelend psychiater Akbarkhanzadeh deugdelijk heeft gemotiveerd waarom appellant per 20 september 2010 geschikt is voor zijn arbeid. Daarbij is mede in aanmerking genomen dat appellant in beroep geen medische stukken heeft overgelegd waaruit blijkt dat zijn medische toestand is verslechterd.
3. In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat de rechtbank niet heeft gemotiveerd waarom de ernst van de psychische klachten voldoende in de beoordeling is betrokken en waarom er geen reden was voor een psychiatrische expertise. Voorts is aangevoerd dat de in de ZW-procedure gehanteerde maatstaf arbeid niet correct is zolang het bestreden besluit 1 nog niet in rechte vaststaat.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1. De Raad onderschrijft wat betreft de medische (en arbeidskundige) grondslag van de bestreden besluiten het oordeel en de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen van de rechtbank in de aangevallen uitspraken. Hetgeen daartegen in hoger beroep is aangevoerd maar overigens niet is onderbouwd met nadere (medische) gegevens, biedt onvoldoende aanknopingspunten om tot een ander oordeel te komen. Hierin ligt besloten dat er geen aanleiding is om een psychiatrische expertise te laten verrichten en dat de psychische klachten voldoende in de beoordeling zijn betrokken. Hieruit vloeit voort dat bestreden besluit 1 in rechte stand houdt. Daarmee staat tevens vast dat in het ZW-geding de juiste maatstaf arbeid is gehanteerd.
4.2. Gelet op overweging 4.1 slagen de hoger beroepen niet, zodat de aangevallen uitspraken voor bevestiging in aanmerking komen.
5. Er zijn tot slot geen termen aanwezig om te komen tot een proceskostenveroordeling.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraken.
Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst, in tegenwoordigheid van E. Heemsbergen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 juni 2012.
(get.) Ch. van Voorst.
(get.) E. Heemsbergen.
CVG