ECLI:NL:CRVB:2012:BW9499
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens herstel arbeidsongeschiktheid
Appellante werkte 14 uur per week als verzorgster van twee gehandicapte kinderen en ontving daarna een werkloosheidsuitkering. Na ziekmelding op 22 april 2008 werd haar een Ziektewetuitkering toegekend. Het UWV beëindigde deze uitkering per 16 december 2009 omdat zij niet langer ongeschikt werd geacht voor haar arbeid.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het bezwaar werd ongegrond verklaard. De rechtbank bevestigde dit oordeel en vond het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig en volledig. In hoger beroep overwoog de Centrale Raad dat de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts zorgvuldig hadden onderzocht en dat de klachten van appellante, waaronder een depressieve stoornis, niet zo ernstig waren dat zij ongeschikt was voor haar weinig belastende werk.
De Raad concludeerde dat er geen reden was om af te wijken van het eerdere oordeel en bevestigde het bestreden besluit. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering omdat appellante niet langer ongeschikt is voor haar werk.