ECLI:NL:CRVB:2012:BW9680
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening maatschappelijke opvang wegens ontbreken onverwijlde spoed
Verzoeker, geboren in 1971 in Suriname, is in 2007 naar Nederland gekomen voor behandeling van een progressieve spierziekte. Hij heeft geen geldige verblijfsvergunning en vroeg om toelating tot maatschappelijke opvang bij het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam. Dit verzoek werd afgewezen vanwege het ontbreken van een geldige verblijfsstatus, waarna ook het bezwaar ongegrond werd verklaard.
De voorzieningenrechter van de rechtbank verklaarde het beroep van verzoeker ongegrond en oordeelde dat het college niet verplicht is om aanvullende voorzieningen te treffen op grond van artikel 8 EVRM Pro. Verzoeker ging in hoger beroep en vroeg om een voorlopige voorziening die het college zou verplichten adequate opvang te bieden.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat verzoeker is geïndiceerd voor zorg op grond van de AWBZ, die niet door het college wordt verleend. Het college is daarom niet het aangewezen bestuursorgaan om de zorgvraag te beoordelen. Verder is niet voldaan aan de vereiste van onverwijlde spoed voor het treffen van een voorlopige voorziening. Het verzoek wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van onverwijlde spoed en omdat het college niet het aangewezen bestuursorgaan is voor de zorgvraag.