ECLI:NL:CRVB:2012:BW9727
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- H.C.P. Venema
- W.H. Bel
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand wegens niet-naleving inlichtingenverplichting bij kentekenregistraties
Appellant en zijn echtgenote ontvingen sinds 1996 bijstand. In augustus 2009 startte de gemeente Amsterdam een onderzoek naar de rechtmatigheid van de bijstand, waarbij bleek dat tussen 2006 en 2009 meerdere kentekens kortstondig op naam van appellant stonden geregistreerd. Het college besloot daarop de bijstand over diverse periodes in te trekken en terug te vorderen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant deels gegrond en vernietigde het besluit voor de maand augustus 2008, waarna het college een nieuw besluit nam. In hoger beroep bestreed appellant dit besluit, stellende dat de kentekenregistraties slechts vriendendiensten waren en geen transacties.
De Raad oordeelde dat het aannemelijk is dat op de data van tenaamstelling geldelijke transacties hebben plaatsgevonden die relevant zijn voor het vaststellen van het recht op bijstand. Appellant heeft onvoldoende bewijs geleverd dat het om louter vriendendiensten ging. Hierdoor is de inlichtingenverplichting geschonden en kan het recht op bijstand over de transactiemaanden niet worden vastgesteld. Het hoger beroep en het beroep tegen het nieuwe besluit werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van bijstand wordt ongegrond verklaard en het besluit bevestigd.